“Waarom hebben Nederlanders rare familienamen?

Volgens sommigen is het gewoon gerechtigheid: in ruil voor de Belgenmoppen hebben wij ook iets gekregen om mee te lachen. Maar er zijn ook andere redenen.

Om te beginnen zijn Nederlandse familienamen jonger dan Vlaamse. Toen Nederlanders nog achterlijke boertjes waren, vormden wij de leidende cultuur in Europa. Vlaanderen was veel dichter bevolkt, met meer stedelingen. Bij ons was er dus vroeger nood aan een extra naam bij de voornaam. Dus toen bij ons een achternaam verplicht werd, had iedereen er al lang een. De Nederlanders hadden nog geen familienamen en moesten snel-snel iets uit hun duim zuigen.

Het waren de Fransen die ons in 1795 hebben verplicht om onze namen te registreren. In Nederland voerden ze die verplichting pas door in 1811. Dat lijkt geen groot verschil, maar in 1804 was de spelling – Siegenbeek ingevoerd. Onze Vlaamse namen zijn dus ouderwets gespeld en zitten vol met ae, ckx, uy en dergelijke. De Nederlanders werden in de nieuwe spelling geregistreerd en ogen modern. Meneer Claes heet in Nederland Klaas. In zo’n modern gespelde naam herkennen we de oorsprong veel gemakkelijker. Bij een meneer Haak stellen we ons iets voor, bij Haeck denken we nergens aan.

De herkenbaarheid van Nederlandse achternamen verhoogt nog doordat ze kort en krachtig zijn, terwijl wij er vaak lidwoorden aanhangen, of ze verbuigen. Wie in Nederland Ketel heet, die heet bij ons Vandeketel of Ketels. Al is er ook binnen Vlaanderen verschil: in het westen heten ze De Bakker en Desmedt, in Limburg Bekkers en Smets. 
In Nederland en Vlaanderen zijn er achternamen die afkomstig zijn van een verwantschap (Janssens, Jans zoon), een beroep (Timmermans) of een herkomst (Van Tilburg). Maar Nederlanders hebben vaker namen die van een eigenschap afgeleid zijn: De Witte, maar ook Vroegop, Vroegrijk.

De leukste reden hebben we voor het laatst gehouden. Toen de Fransen in 1811 de verplichte registratie invoerden, dachten veel Nederlanders dat het weer zo’n bureaucratische pesterij was die vanzelf wel zou overwaaien. Dus vonden ze het wel leuk om burgerlijk verzet te plegen en de ambtenaar te laten opschrijven dat ze Dom heetten, Indewei, Kolder, Gladpootjes, Borst, Sukkel, Citroen of Dekwaadsteniet. En gelachen dat ze hebben!”